Twentse huisartsen en cardiologen binden strijd aan tegen atriumfibrilleren

Cardiologen van de drie Twentse ziekenhuizen zijn met de Twentse huisartsen (aangesloten bij Twentse Huisartsen Onderneming Oost Nederland (THOON) en FEA Federatie Eerstelijnszorg Almelo) een project gestart om het atriumfibrilleren beter aan te pakken. Atriumfibrilleren is een hartritmestoornis – vooral van de boezems in het hart – die uiteindelijk kan leiden tot een beschadiging van het hart en daarmee een verminderde pompfunctie van het hart.

De zorgverzekeraars omarmen het project en zijn blij dat het door de zorgverleners is opgepakt. Ook huisarts Jaap van Soest van huisartsenmaatschap MCN in Nijverdal is blij met het initiatief. “Zowel voor de patiënt als de zorgverlener is dit een stap in de goede richting. Bij de juiste keuzes hoeft een patiënt niet meer automatisch naar een cardioloog maar kan bij de eigen huisarts het probleem worden aangepakt.”

Atriumfibrilleren hoeft niet ernstig te zijn. Je kan er gerust 100 jaar om worden. “Als je het maar adequaat aanpakt door antistollingsmiddelen voor te schrijven, de frequentie van het hart verlaagt waardoor je het hart beschermt en waarmee hartfalen in de toekomst wordt verminderd,” zegt Van Soest vriendelijk.

Jaap van Soest is blij met het Atriumfibrilleren-project, dat samen met de cardiologen in Twente wordt uitgevoerd. De zorgverzekeraar is ook erg enthousiast.

Veel atriumfibrilleren

Twente heeft veel belang bij een goede aanpak van atriumfibrilleren. Door overgewicht, veel voorkomende hoge bloeddruk, diabetisch en uiteraard leeftijd komt het probleem bovengemiddeld in onze regio voor. In Twente heeft 3 à 4 procent van de bevolking last van deze afwijking. Gebeurt er niets dan zal dit aantal binnen afzienbare tijd verdubbelen tot wellicht 8 procent. Actie was dus geboden.

“Binnen het project hebben we afgesproken dat alle cardiologen en huisartsen het probleem op dezelfde manier aanpakken. Dat betekent dat, om de diagnose te bevestigen, een hartfilmpje wordt gemaakt. Daarna wordt medicatie voorgeschreven,” weet Van Soest. “De patiënt wordt éénmaal doorverwezen naar een cardioloog om eventueel onderliggend lijden te ontdekken of uit te sluiten. Dat kan in een zogenaamd one-stop-consult. Dat wil zeggen dat tijdens een ziekenhuisbezoek alles wordt onderzocht en afgehandeld. Wel zo efficiënt voor de patiënt.”

Onderliggend lijden

Tijdens het bezoek aan de cardioloog worden bijvoorbeeld ook longfoto’s gemaakt. Om zoveel mogelijk andere aandoeningen uit te sluiten. Bijvoorbeeld een verstopping van slagaders. Is er geen sprake van onderliggend lijden dan blijft een patiënt onder behandeling van de huisarts. Is daar wel sprake van dan volgt verdere controle bij de cardioloog.

“We hebben voor dit probleem binnen onze huisartsenpraktijken geen speciaal spreekuur, zoals bij diabetes of andere ziekten. Door dat nu wel in te voeren kunnen we veel efficiënter werken. De cardiologen worden ontlast, de huisartsen zien de patiënten in hun eigen, vertrouwde omgeving. En bijvoorbeeld vanuit Nijverdal scheelt dat al snel een half uur, enkele reistijd,” zegt huisarts Van Soest lachend.

Gaat elke patiënt akkoord met een verdere behandeling door de huisarts? “Patiënten wordt deze procedure meegedeeld. Iedereen gaat daar eigenlijk wel mee akkoord. Bovendien is het noodzakelijk dat we de cardiologen in ons gebied ontlasten. Volgens de Europese richtlijnen staat niets ons project in de weg. Overigens kunnen patiënten die per se door een cardioloog gezien willen worden, dat gewoon blijven doen.”

Succesvol?

De betrokken partijen zijn enthousiast. Toch is moeilijk meetbaar of het ook succesvol is, er is immers geen nulmeting gedaan aan het begin. Wel laten cijfers zien dat de zorg-tevredenheid van zorgmedewerkers en patiënten toeneemt, dat alle betrokken partijen weten wat ze moeten doen en hetzelfde te werk gaan. En het draagt bij aan het vertrouwen dat patiënten hebben in hun huisarts. “Wij huisartsen zijn natuurlijk een gemêleerd en heterogeen gezelschap. Ieder doet de dingen uiteraard binnen de standaarden, maar op zijn eigen manier. Juist deze afspraken helpen ons om dit goed op te pakken. Ik heb overigens een hekel aan het woord project, dat suggereert dat het eindig is, en dat is het in dit geval zeker niet.”

En de zorgverzekeraars? “Haha, die ondersteunen deze aanpak van harte. Ze hebben de vergoeding ook wat aangepast voor deze behandeling. Dat is gunstig voor ons. En voor de verzekeraar. Uiteindelijk is het ook goedkoper, verwachten we, zeker nu blijkt dat de cardiologen worden ontlast. Maar voor je dat met zekerheid kan zeggen zijn we een looptijd van tien jaar verder. Ik ben blij dat we zijn gestart. Voor de huisartsen, de ziekenhuizen en uiteraard vooral voor de patiënten.”