Het trage tempo van Twente

 

Hoewel de tukker net zo hard in het nu leeft als de gemiddelde randstedeling, gaat alles er net wat trager. Ze hebben er een lijfspreuk voor: Heanig an! Hans Avontuur geeft zich over aan het tempo van Twente en geniet van de weldadige rust op een mooie winterdag

Op kousenvoeten ben ik de boerderij uitgeslopen. Het is vroeg in de ochtend en de rest van het gezin ligt nog te slapen. Na twee grijze dagen zag ik vanuit mijn bed een wolkeloze hemel en dat betekent dat zo meteen de opkomst van de zon prachtig te zien zal zijn.

Over een zandpad loop ik door het glooiende landschap, gevormd door het riviertje de Dinkel dat er zo mooi doorheen kronkelt. Het is typisch Twente met kleine weilanden, houtwallen van verschillende boomsoorten, een verre kerktoren en hier en daar een boerderij met een lang dak. De lucht kleurt paarsblauw. Die paar minuten voor zonsopkomst zijn magisch.

De dag begint bijna en draagt beloftes in zich, nieuwe avonturen, tegenslag misschien, maar ook mooie dingen. De berm is een beetje wit van de lichte nachtvorst. En dan zie ik, dwars door de takken van de kale bomen heen, een volmaakte oranje bol tevoorschijn komen.

Mooie winterdagen hebben we hier in Nederland niet zoveel. Maar op heldere dagen als vandaag is de schoonheid van de buitencategorie. Ik kijk uit over een weiland met schapen. De warmte van hun wollen vacht dampt in het tegenlicht. De hemel boven me kleurt van zachtroze naar goudgeel. Als beroepsreiziger verlang ik al maanden naar nieuwe avonturen in het buitenland, maar nu even niet. Zodra de laatste slierten nevel zijn verdwenen en het daglicht het landschap heeft ingekleurd, ga ik terug naar de boerderijlodge, een modern appartement dat in een 19de eeuwse boerenschuur is gebouwd. Er staat een ontbijt klaar met producten uit de directe omgeving: melk, yoghurt, eieren, brood en kaas van boer Olde Olthuis uit een verderop gelegen boerderij in Beuningen. Er zijn geen vastomlijnde plannen voor de dag. We hebben alle tijd.

Nooit eerder was Nederland zó mooi als tijdens het afgelopen coronajaar. Bloggers, vloggers, reisschrijvers en programmamakers buitelden over elkaar heen om het eigen land op te poetsen tot de prachtigste plek op aarde. Ik vond dat op z’n minst nogal naïef. Nederland ís mooi. Nu en toen we nog zorgeloos in het vliegtuig stapten voor een weekendje Barcelona of een rondreis door Zuidoost-Azië.

Op social media zag ik een overdaad aan foto’s voorbijkomen waarbij Nederland
als een avontuurlijke bestemming werd gepresenteerd. Compleet met aardse tinten (dankjewel filter) en de suggestie van uitgestrektheid, wildernis en eenzaamheid. Maar hoe fantastisch mooi Nederland ook kan zijn, die leegte klopt niet. En het idee van woestenij nog minder.

Zelfs vanochtend, tijdens die magische zonsopkomst, was ik niet alleen. Er passeerden een jogger en een wandelaar met hondje. Hoewel dat weinig afdeed aan de beleving, is het niet hetzelfde als de zonsopkomst in pakweg Namibië, waar je vanaf een hoog duin uitkijkt over tientallen kilometers absolute leegte. Zonder één spoor van de mens. Geen huizen, hekken, palen, karrensporen, windmolens of schapen. Gewoon helemaal niks.

Nederland heeft zijn eigen kwaliteiten en aantrekkingskracht. Dat geldt zeker ook voor Twente. In een dichtbevolkt land ademt de streek geen intimiderende eenzaamheid, maar weldadige rust. Dat begint al bij de volksaard. Hoewel de tukker net zo hard in het nu leeft als de gemiddelde randstedeling, gaat alles er net wat trager. Ze hebben er een lijfspreuk voor: Heanig an! Wat zoiets betekent als ‘rustig aan’, ‘pas goed op jezelf’.

Met zelfspot, beroemd gemaakt door Herman Finkers, wordt er naar de eigen volksaard gekeken. Relativeren als vorm van kunst, maar ook als wapen tegen de arrogantie van het westen. Of zoals Finkers het zei: ‘Eén stoplicht springt op rood, een ander weer op groen, in Almelo is altijd wat te doen’. Almelose citymarketeers waren er destijds boos over, maar Finkers beschrijft niet de zwakte, maar juist de kracht van de stad. Almelo is geen Amster- dam en dat is maar goed ook.

Ook het kenmerkende landschap haalt de snelheid eruit. De stuwwallen, kleine akkers en weilanden zorgen ervoor dat je niet al te ver weg kunt kijken. Je moet het doen met wat er voor je neus ligt. De wegen, niet al te breed, slingeren er kalm doorheen. Soms volgt het asfalt de glooiin- gen van het terrein, soms de loop van één van de talrijke beken. De bomen die het decor omlijsten zijn vaak oud en statig.

Zwervend door het noordoosten van Twente, het dunst bevolkte deel van de streek, passeer ik watermolens, plukjes heide, stuifzand, loofbos en stuwwallen, tot tachtig meter omhoog gedrukt tijdens de voorlaatste ijstijd. De meeste dorpen zijn klein en hebben geruststellende namen als Nutter, Vasse en Lattrop. Die klinken niet naar straatroof of ramkraak. De huizen staan er saamhorig rond de kerk.

Hoewel Ootmarsum nog geen 4500 inwoners telt, voelt dit plaatsje als groot. Het centrum heeft twee kerken, een plein en tal van mooie historische panden zoals het Cremershuis en Drostenhuis. Opvallend is het grote aantal kunstgalerieën. Aan het werk van Ton Schulten is zelfs een museum gewijd. Deze kunstschilder exposeerde over de hele wereld en haalt de inspiratie voor zijn eigentijdse werk vooral uit het typisch Twentse coulisselandschap.

Kan Ootmarsum wedijveren met pakweg San Gimignano of Grazalema, bijzon- dere dorpen in Italië en Spanje? Ja, het is bijzonder genoeg. En als we de Nederlandhype van het afgelopen jaar mogen geloven is het er zelfs mooier. Slenterend door de historische kern geniet ik van de ingetogen sfeer, maar mis ik tegelijkertijd de exotische geuren, kleuren, woorden en smaken van het onbekende buitenland.

Even opwarmen in de boerderijlodge, een soort luxueus tiny house dat in een traditionele boerenschuur is ondergebracht. ,,We worden er niet rijk van, maar kunnen zo wel het erfgoed onderhouden’’, zegt René Heerman, die drie accommodaties heeft in de schuur waar zijn vader vroeger de koeien molk. Zoals zovelen van zijn generatie boert René niet meer, hij is nu zwemleraar.

Het comfort van zo’n lodge is extra fijn op gure dagen, zoals gisteren. Dan gun je jezelf tijd in de privésauna, het bubbelbad of met een boek op de bank bij de kachel. Harald Droste, hotelier en bedenker van de lodges die op verschillende locaties in Twente staan, vindt juist die rust belangrijk. ,,Heanig an, dat vergeten bezoekers nog weleens. Die willen dan wandelen, fietsen, naar het restaurant, een museum… Maar je leert Twente pas echt kennen, als je een paar versnellingen terugschakelt en je overgeeft aan het tempo van hier.’’ Het is een advies dat zich tijdens een weekendje weg in Nederland wat gemak- kelijker laat opvolgen dan tijdens een rondreis door bijvoorbeeld Amerika of Australië. Dan is de verleiding groot om in relatief korte tijd zoveel mogelijk te zien. Het ligt immers niet voor de hand dat je dezelfde reis nog eens maakt.

Het trage tempo van Twente voelt als een luxe. Langzaam wakker worden, uit- gebreid ontbijten, beetje wandelen, dorpje bezichtigen, ontspannen in de lodge, de tijd nemen voor elkaar. Het went snel en als we zin krijgen om iets te bekijken, zoeken we het dichtbij. Landgoed Singraven, 500 hectare groot, bevindt zich op vijf minuten rijden van de lodge.

Voor we door het park en de bossen gaan wandelen, maken we eerst een ronde door het landhuis dat precies in een lus van de Dinkel ligt. Die plek was in de 14de eeuw bewust gekozen. Het water beschermde de bewoners tegen roversbendes en vijandelijke legers. Binnen lijkt het alsof de laatste inwoner, Willem Laan, gisteren is vertrokken. En dat was precies zijn bedoeling.

Mijnheer Laan, zoals hij werd genoemd, was vrijgezel en verwoed verzamelaar van mooie spullen, vooral 18de-eeuwse kunst en antiek. Voor zijn dood in 1966 bracht hij zijn collectie in een stichting onder om ervoor te zorgen dat alles bewaard én bij elkaar zou blijven. Van met schildpad ingelegde bureaus tot Chinees porselein. En van diorama’s tot schilderijen die niet op een andere plek mochten worden gehangen.

Landgoed Singraven is misschien wel een blauwdruk van wat Nederland uniek maakt. Niet de gesuggereerde wildernis, maar de harmonie tussen mens en natuur. Wandelend over het domein zie ik hoe weilanden, bossen, paden en de Dinkel vloeiend in elkaar overlopen. De hand van de mens benadrukt juist de schoonheid, zoals de watermolen, die niet voor niets op een schilderij in het Louvre te zien is.

We lopen nog een laatste ronde, voor we aan het einde van de dag terug naar huis rijden. Heeft Twente dit weekend mijn reishonger gestild? Nee, al het moois in dit stukje Nederland heeft het verlangen naar andere plekken, ook over de grens, alleen maar versterkt.

Lees het artikel ook hier

2021-01-09 Tubantia Tempo Twente